HEMA-Debat

‘Een samenlevingscontract met een rookworst, alstublieft.’

Een tijd geleden is de bekende Nederlandse firma HEMA begonnen met het aanbieden van een notarisservice. Oud-notaris Otto van de Vliet kwam met dit initiatief en heeft met een groep notariskantoren de HEMA hiervoor benaderd. Voor het bedrag van €125,- kun je tegenwoordig bij de HEMA een samenlevingscontract of testament kopen. Dit is een initiatief om de notarisservice in Nederland toegankelijk te maken voor iedereen. Maar strookt dit wel met de gedragsnormen van een notaris? Op maandag 13 januari organiseerden Vevanos en het Molengraaff Dispuut hierover een pittig juridisch debat. De middag werd geleid door Professor Niek Zaman, notaris bij Loyens&Loeff en tevens verbonden aan het Molengraaff Instituut. Hij opende de middag in de Raadzaal met een gedicht uit de dichtenbundel ‘Van Pennen en Streken’, waarin de notaris al in het begin van de 20e eeuw werd omschreven als een ambtenaar en ondernemer. Hiermee was de discussie geopend en kreeg Notaris Robbert van der Weide het woord.

Van der Weide is als HEMA-notaris verbonden aan de service. Hij lichtte dan ook toe hoe het initiatief tot stand is gekomen: van het moment dat Otto van de Vliet met initiatief kwam tot waar het nu staat, de werking van de service en de kritiek hierop. De ratio achter het HEMA-initiatief ligt hierin dat een groot aantal mensen simpelweg niet bij de notaris komt. Door de gang naar de notaris goedkoper en toegankelijker te maken, zal deze doelgroep bereikt worden. Van der Weide benadrukt dat de kwaliteit hier niet aan af hoeft te doen. De HEMA-service zou slechts positieve gevolgen met zich brengen. Ook het opmaken van aktes in begrijpelijke taal is een onderdeel van de service, zodat mensen beter begrijpen wat er nu is vastgelegd in de notariële akte. De notaris heeft door de HEMA-service een meer ‘levendige’ rol in de samenleving gekregen, het notariaat is niet langer een achtergebleven instituut. Tot slot maakt Van der Weide de vergelijking met de Bijenkorf. Deze firma heeft slechts vijf winkels door het hele land, is duur en aldus onbereikbaar. Het is daarom dat de HEMA de juiste keuze is: kwalitatief goed & goedkoop!
Tot slot poneert Van der Weide de volgende drie stellingen: 1. Klanten die gebruik maken van de HEMA-notarisservice zijn beter geïnformeerd dan klanten die de reguliere route volgen. 2. Het notariaat is verplicht om zijn klanten te ‘belehren’, ergo het notariaat is verplicht om op een begrijpelijk taalniveau te communiceren. 3. Door digitalisering van de notariële dienstverlening wordt de afstand tussen het notariaat en de maatschappij verkleind.

Het is vervolgens Notaris Adriaan Rothfusz die het woord krijgt. Als notaris én bedrijfskundige is hij bijzonder kritisch over de HEMA-service en maakt voor zijn onderbouwing onder meer de vergelijking met Apple. Innovatie wordt gekenmerkt als iets nieuws, iets anders dan reeds bestond. We geloven er allemaal in, maar het draait uiteindelijk allemaal om geld. Hierin is HEMA precies hetzelfde als Apple. Rothfusz gaat hier verder op in door uiteen te zetten dat de HEMA veel verdient aan deze service, het zijn de verbonden notarissen die er geen winst op maken. Vanuit bedrijfseconomisch oogpunt is de service als bijzonder nadelig aan te merken, maar ook de wet geeft aanknopingspunten voor het standpunt dat de HEMA-service ongewenst is. Uit art. 18 van de Wet op het notarisambt blijkt namelijk dat het verboden is om interdisciplinair samen te werken met bepaalde andere beroepsgroepen of instanties, dan wel ondernemingen. De HEMA-service zou aldus verboden moeten worden!
De volgende drie stellingen worden door Rothfusz geponeerd: 1. Een Nederlandse notaris heeft in de technologische revolutie van juridische markten de potentie om zijn marktaandeel en winstgevendheid te vergroten. 2. HEMA akten zijn ‘de nieuwe kleren van de keizer’ binnen het notariaat. 3. HEMA-notarissen handelen in strijd met artikel 18 Wet op het notarisambt en de daarop gebaseerde ‘Verordening interdisciplinaire samenwerking 2003’.

Mevrouw Nora van Oostrom-Streep komt, als woordvoerster van de KNB, als laatst aan het woord. Zij benadrukt dat de KNB geen kennis had van het initiatief van de HEMA alvorens deze op de markt kwam. Op het moment dat het idee de KNB bereikte, luidde haar eerste reactie: ‘Indien het laagdrempeliger werkt, lijkt het een goed initiatief, maar er zitten haken en ogen aan’. De KNB juicht innovatie dan ook toe, maar zet vraagtekens bij de ‘Jip en Janneke’- taal uit de akten. In hoeverre komt dit de juridische reikwijdte ten goede? Van Oostrom-Streep grijpt in dit licht terug naar de vergelijking die Van der Weide maakte door zich hardop af te vragen: ‘Waarom geen Bijenkorf?’ De Bijenkorf levert immers tópkwaliteit, waar heus een zeker prijskaartje aan mag hangen. De KNB is van plan een klacht voor te leggen aan de tuchtrechter. Echter heeft tot op heden zich geen enkele HEMA-notaris ter beschikking heeft gesteld. Door het voorleggen van deze klacht hoopt de KNB te toetsen in hoeverre deze HEMA-service toelaatbaar is, dan wel in strijd met beginselen uit de notariële wet- en regelgeving. Allereerst de geheimhoudingsplicht van de notaris: alles gaat immers via het internet. Ten tweede de Belehrung: in hoeverre wordt een cliënt nog in het totaal geïnformeerd over de gevolgen, die een akte met zich kan brengen? In hoeverre kan een cliënt nog met volle ‘belehrung’ keuzes maken? Ten derde geldt het provisieverbod en dient een notaris integraal regie te hebben over zijn dossier, waarover op beide punten vraagtekens te stellen zijn in het licht van de HEMA-service. Daarenboven komt de onafhankelijkheid van de notaris in het geding. Tot slot wijst Van Oostrom-Streep op het voorbeeld van een vragenlijst uit een tijdschrift. De lezer kijkt met een schuin oog al naar de uitkomst van de ‘test’, en gaat hiernaar haar vragen beantwoorden. Deze psychologische valkuil doet zich bij de HEMA-service ook voor. Mensen zullen niet aankruisen dat zij in een ‘bijzondere situatie’ verkeren, wetende dat zij dan niet langer in aanmerking komen voor een goedkope ‘standaard’-akte. Stiekem kijkt Van Oostrom-Streep tot slot naar Van der Weide: wellicht een potentiële notaris voor het toetsen van deze HEMA-service bij de tuchtrechter?

De stellingen van Van Oostrom-Streep luiden als volgt: 1. De KNB moet marktinitiatieven kunnen tegenhouden in het belang van het notariaat als geheel. 2. Innovatie door digitalisering mag niet leiden tot het afkalven van notariële basiswaarden. 3. Het voorleggen van een tuchtklacht in het kader van het HEMA-initiatief is in ieders belang, dus ook in dat van de HEMA-notarissen.

Een levendig juridisch debat volgde, waarbij verschillende vragen de revue passeerden. Vooral Van der Weide kreeg pittige vragen voor zijn schenen geworpen. Een vergelijking werd gemaakt met de welbekende lampjes van de HEMA:, goedkoop, maar ze gaan niet lang mee. Daarenboven werd gewezen op het imago van het notariaat in het algemeen. Hebben we hier nu vier jaar voor gestudeerd? Verder werd de vraag gesteld waar het nu ophoudt? Hebben we straks ook een Lidl- en Blokker-notaris? Ook de KNB kreeg het een ander voorgeschoteld, want waarom heeft zij niet eerder ingegrepen? Discussie ontstond over het al dan niet kenbaar zijn van het HEMA-initiatief bij de KNB. Tot slot werd de vraag opgeworpen of de notarissen wel echt zoveel verlies lijden, zoals Rothfusz benadrukte. Er móet toch een voordeel te halen zijn voor de HEMA-notarissen… Hierbij bleef het echter niet. Tijdens de borrel, uiteraard met HEMA rookworsten, werd de discussie vervolgd. Eén vraag blijft onbeantwoord: wat is de toekomst van het notariaat?

Door: Kim de Bruijn